Skip Navigation LinksStart > Aanschaf > Verzorging

Verzorging


Vanwege een aantal reacties, worden hier eerst 3 belangrijke onderwerpen beschreven, namelijk schreeuwgedrag, plukgedrag en het afstraffen van ongewenst gedrag.

Schreeuwgedrag



Schreeuwgedrag kan normaal gedrag zijn. Het schreeuwgedrag kan passen in het normale dagpatroon, d.w.z. 's morgens vroeg en tegen de avondschemer. Punkie kan af en toe ook haar "gekke vijf minuten" hebben, maar echt schreeuwen doet ze niet. Dit zit in het aard van het beestje. De één is gewoon luidruchtiger dan de ander. Net als dat de ene kaketoe wel (een beetje) kan praten, terwijl de ander, bijvoorbeeld Punkie, dit absoluut niet kan. Hier moet natuurlijk bij de aanschaf rekening gehouden worden.
Het kan helpen om de vogel een periode voor de schreewtijd geen voeding te geven en vlak voordat de vogel begint te schreeuwen de voeding en lekkernijen aan te bieden. Geef nooit voeding e.d. als de vogel schreeuwt. Hiermee wordt het gedrag in de hand gewerkt.
Elke reactie van de eigenaar die door de vogel niet als ongewenst wordt gezien is reden om het ongewenst gedrag te blijven vertonen.
Ook kan de bewuste periode aan de vogel allerlei speelgoed worden aangeboden.
N.B.: Zogenaamd "brabbelen" is natuurlijk geen schreeuwen, ook al kan dit behoorlijk hard zijn. Een vogel die brabbelt, wordt over het algemeen gezien als een gelukkige vogel. Net als het af en toe "display-en" is niet altijd slecht.

Schreeuwgedrag kan ook een pure uiting zijn van dominant gedrag zoals ook kan optreden als er visite is of als de telefoon gaat. Het kan ook optreden als de eigenaar thuiskomt of de kamer verlaat. Het is van belang om zich te realiseren dat ongewenst schreeuwgedrag het gevolg is van een verkeerde opvoeding. Het is zaak om enerzijds het gedrag te negeren en anderzijds verantwoorde afleiding te bezorgen.
De positie van de vogel mag niet hoger zijn dan bij ons op borsthoogte. Als er huishoudelijke zaken moeten gebeuren kan de vogel in de buurt geplaatst worden, bijvoorbeeld op een standaard. Dit bezorgt de vogel afleiding zonder dat hij/zij zelf de directe aandacht krijgt. Ongewenst gedrag wordt verder genegeerd.
Is bovenstaande situatie vereist, vanwege het vele schreeuwen, dan is het waarschijnlijk verstandig de vogel te laten kortwieken (door een gespecialiseerde dierenarts!). Hierdoor kan de vogel niet meer wegvliegen en is dus gebonden aan de plaats waar hij/zij wordt neergezet, op het klimmen en lopen na. Is een vogel namelijk niet gekortwiekt en dus gewoon kan vliegen, wat kaketoes overigens heel goed kunnen, dan kunnen zij gemakkelijk op plekken komen die boven je hoofd bevinden, zoals kasten, deuren, fotolijsten en dergelijke.

Schreeuwen kan optreden uit angst/onzekerheid ofwel omdat de vogel op een plaats staat waar deze zich niet op zijn gemak voelt. Het is van belang om de vogel regelmatig een andere plaats te geven. Ook kan het "interieur" van de kooi regelmatig worden gewijzigd. De vogel wordt daarmee meer flexibel en kan zich gemakkelijke aanpassen aan nieuwe situaties.
Vogels die niet goed opgevoed zijn, kunnen in het algemeen het beste geleidelijk aan een nieuwe plaats of aan een nieuwe kooi gewend worden. Belangrijk is om in dergelijke gevallen het ongewenste gedrag volledig te negeren. Vogels die goed opgevoed zijn, vertonen zelden een dergelijk onaangepast gedrag.

In een periode van sexuele activiteit kunnen vogels meer luidruchtig zijn. Ook in de periode dat een jonge vogel geslachtsrijp aan het worden is, zien we gedragsveranderingen optreden en kan de vogel ook meer luidruchtig zijn. Op zo'n moment bevindt de vogel zich in de pubertijd. Kaketoes kunnen dan ook (net als mensen) erg opstandig worden. Sommige kaketoes (men zegt dat dit om met name de kleinere soorten gaat) kunnen ook zo opstandig blijven en is het moeilijk om ze weer gehoorzaam te krijgen.


Plukgedrag

Vogels met plukgedrag moeten altijd worden onderzocht om te bezien of er een duidelijke lichamelijke oorzaak te vinden is. Bij plukgedrag van vogels gaat het veelal om een combinatie van langdurige conditie problemen, langdurige ruistoornissen en sociale gedragsproblemen. We kunnen daarbij ook plukgedrag zien bij vogels die sexueel actief zijn.
Plukgedrag is veelal een ingewikkeld probleemgedrag waarbij het sociale gedrag een belangrijke rol speelt. Plukgedrag kan uiteindelijk een gedragspatroon worden zoals het nagelsbijten bij de mens.

We moeten ons realiseren dat een vogel, door zichzelf te plukken, in conditie achteruit gaat. Dit is een belangrijke reden om het plukgedrag niet te accepteren. Een plukkende vogel dwingt zichzelf voortdurend nieuwe veren aan te maken. Het aanmaken van nieuwe veren kost extra energie en er worden extra eisen aan de kwaliteit van de voeding gesteld. Een plukkende vogel heeft het al snel koud en het is dus ook belangrijk om de omgevingstemperatuur goed in de gaten te houden, met name tocht en dergelijke is dan crusiaal.

Van papegaaien en met name kaketoes is het van belang om te weten dat deze vogels van nature "slopers" zijn. Ze moeten zich dan ook dagelijks kunnen uitleven met hun snavel. Als vogels niet de kans krijgen om natuurlijk gedrag te ontwikkelen is ongewenst gedrag vaak het resultaat.
Een kaketoe die zich plukt, kan last hebben van stress, omdat de vogel te weinig aandacht krijgt en/of veel alleen is. Een oplossing, die in deze gevallen meestal helpt, is de aanschaf van een tweede kaketoe. Als het tussen de twee kaketoes klikt, houden ze elkaar bezig, waardoor het plukken meestal stopt.
Vaak wordt het plukken verward met bek- en veerrot. In beide gevallen een groot probleem en dus is het altijd raadzaam om uw dierenarts te bezoeken.

Paniekgedrag, angsten



Een veelvoorkomend gedragsprobleem is een combinatie van overdreven angst. Dit gedrag kan zich op allerlei manieren uiten. Een bekend voorbeeld is de papegaai die bang is voor takken. Een normaal gedragsprobleem is dat papegaaien graag met takken spelen en deze kapotknagen. Angst voor takken moet als een zeer afwijkend worden beschouwd.
Ook angst voor doeken of andere objecten is een onderdeel van een gedragsprobleem. Er zijn ook papegaaien die panisch worden, zodra er met een plantenspuit wordt gesproeid. Punkie schrikt ook soms van de meest rare dingen, maar binnen een minuut is dat vaak weer over. Regen tegen het raam of een meeuw die langsvliegt (we wonen op de 3e etage), geeft in eerste instantie als resultaat: een schrikreactie door te "displayen". Gebeurt er vervolgens niks, het blijft tenslotte regenen, dan is na een minuutje alweer de rust teruggekeerd. Dit is dus geen paniekgedrag!
Blijvende en steeds terugkerende angsten moeten echter als zeer afwijkend en ongewenst gedrag worden beschouwd. Het gedrag accepteren betekent in feite ongewenst gedrag belonen.
Ook inspelen op het afwijkend gedrag door dan maar geen takken te geven of niet meer te besproeien moet worden beschouwd als belonen van ongewenst gedrag. Vogels met een dergelijk gedragsprobleem geven aan zeer onzeker te zijn, het ontbreekt aan zelfvertrouwen. Hetzelfde gedrag bij honden komt in zijn algemeenheid door het maken van fouten in de opvoeding en omgang met de hond.
Vogels hebben recht op een goede opvoeding en een verantwoorde benadering. Daardoor is ongewenst gedrag te voorkomen en te verhelpen.

Afstraffen van ongewenst gedrag



Afstraffen is bijzaak
Vogels die goed opgevoed zijn vertonen geen ongewenst gedrag. Gewenst gedrag belonen is altijd belangrijker dan zich te concentreren op het afleren van ongewenst gedrag.

Ongewenst gedrag kan worden bestraft door de vogels "buiten te sluiten". Dit betekent door een houding (non-verbaal) aan te nemen waarbij de vogel het gevoel krijgt wezenlijk genegeerd te worden. Dit kan door domweg de kamer uit te lopen en de vogel in het ongewisse te laten wanneer u weer terug komt. Dat gevoel is dermate vervelend dat onze sociaal ingestelde vogels dat gevoel zoveel mogelijk willen voorkomen. Het kan daarbij bij bepaalde vogels helpen om ze gedurende 5-10 minuten in een vreemde en mogelijk donkere ruimte (toilet, trapkast) weg te zetten.
Boos of sacherijnig worden heeft geen zin en werkt uitsluitend averechts. Tegen de vogel schreeuwen is ook een vorm van aandacht; een kaketoe heeft liever negatief aandacht dan geen enkele aandacht.
Als Punkie buiten haar kooi poept, zeggen we "NEE" en zetten we haar snel terug in de kooi. Doet ze iets wat niet mag, dan pakken we haar bovensnavel en schudden die heen en weer; meestal houdt ze dan direct op. Als ze agressief gedrag vertoont, wat zelden voorkomt, dan negeren we haar gewoon. Het is dan ook direct merkbaar dat ze dit niet leuk vind.
Wat soms ook wil helpen (helaas bij Punkie niet) is bij ongewenst gedrag de kaketoe besproeien met een plantenspuit in de "spuitstand". Als de vogel normaal "doucht" d.m.v. een plantenspuit, is het belangrijk om een andere plantenspuit (andere vorm en kleur) te gebruiken voor het afstraffen.

Het afstraffen moet zeer consequent worden gedaan, zodat de papegaai duidelijk leert en weet wat de achtergronden zijn. Waarschuwen en vervolgens bij ongewenst gedrag geen actie ondernemen werkt averechts!


Bron: Kliniek voor vogels, Drs. J. Hooimeijer

Reacties

  • Naam  
  • Email  
  • Email weergeven
  • Email controleren
  • Bericht